Betonnen kathedraal zond uit over de wereld


Het hoofdgebouw van Radio Kootwijk; een futuristisch ontwerp van J.M. Luthman (1923).


Het complex 'Radio Kootwijk' bestaat uit 450 hectare en ligt tussen de bossen op de Veluwe.

Midden in de 'Hoog Buurlose heide' bevindt zich een bijzonder zendgebouw uit 1922: gebouw A, ook wel 'De Kathedraal' genoemd. Het is een ontwerp van architect Julius Maria Luthman, naar voorbeeld van een Duits zendstation maar met elementen van de populaire bouwstijl de Amsterdamse School (zie ook mijn boeken 'Pronkjuwelen van baksteen' en 'Stadjerspaleizen'). Omdat straling van de zenders het risico van oververhitting met zich mee bracht, besloot men het pand niet met hout maar met gewapend beton te bouwen, voor die tijd een vrij nieuw bouwmateriaal.


Communiceren met de wereld

Dankzij de snelle ontwikkelingen in de rediotechniek stapte men na een paar jaar na de bouw van gebouw A al over op de korte golf, die sneller en goedkoper was dan de lange golf waar men tot dan toe gebruik van maakte. Hiervoor werden extra gebouwen in gebruik genomen, gebouw B,C,D en E, van waaruit telegrammen naar "Nederlands Indië" en andere delen van de wereld gestuurd konden worden. Vanaf 1918 was er in de Nederlandse Koloniën een enorme zender gebouwd op Java, in de Malabarkloof. Doordat de antennedraden daar tussen de bergtoppen werden gespannen kon het radiosignaal vanaf 800 meter hoog naar Nederland gestuurd en ontvangen worden. Hier op de Veluwe waren daar echter hoge antennemasten voor nodig. Gebouw A,C,D en E waren daarom voorzien van antennemasten die meer dan 200 meter de lucht in staken.


Boven de entree van gebouw A bevindt zich een prachtig reliëf van kunstenaar Hendrik den Eijnde, dat deze radioverbinding tussen Oost en West symboliseert met een pratend gezicht dat wordt geflankeerd door gestileerde geluidsgolven en twee vrouwenfiguren met Oosterse en Europese gelaatstrekken.


Waterschade

Ook kreeg elk van deze gebouwen identieke betonnen bassins waar water in- en uit werd gepompt om de dynamo's, die zich binnenin bevonden, te laten afkoelen. Mijn bezoek aan Radio Kootwijk had alles te maken met deze bassins en het zendgebouw. Waar de Duitse bezetter er in 1945 niet in slaagde gebouw A te vernietigen, vertoont het beton nu vele zwakke plekken als gevolg van vocht/water. Ook aan de randen van de bassins, die boven het water uit steken, neemt 'betonrot' bezit van het materiaal. Op veel plekken werd restauratie noodzakelijk en tijdens het werk van René Beenen en zijn collega van Van Milt Restaurateurs mocht ik een kijkje komen nemen. Zij proberen (in het kort) zo veel mogelijk de slechte stukken beton te verwijderen en deze zo onopvallend mogelijk te vervangen door nieuw materiaal. Dat lijkt makkelijker dan het is omdat er vooral een verschil in kleur en structuur tussen oud- en nieuw te zien is. En omdat betonrestauratie nog niet zo heel lang wordt toegepast is het voor de mannen vooral experimenteren met materialen. Om de 'oude kleur' van het bestaande beton meer te kunnen benaderen hebben zij bij voorbeeld gekeken of dit op te lossen was met een bepaalde hoeveelheid geel zand dat zij toevoegen aan de betonspecie. Door de tijd heen is uit het oude beton specie weggespoeld zodat het oppervlak voornamelijk bestaat uit uitstekend grind. Dit wordt in het nieuwe beton nagebootst door de gestorte specie op het juiste moment met water te 'wassen' zodat de nieuw gestorte stukken ook uitstekende steentjes krijgen en er meer verweerd uit gaan zien. Op die manier passen de nieuwe stukken beter bij de oude.


René aan het werk bij een van de leeggepompte bassins van gebouw D.



Een gerestaureerd stukje beton met fijn grind van gebouw A. Hier blijkt het ook heel lastig de kleur die op de rest van de muur zit te benaderen.